Leven op aarde bekeken vanuit de natuurfilosofie

dinsdag 22 november 2011 | geen reacties | in: Filosofie, Geschiedenis

Leven op aarde bekeken vanuit de natuurfilosofie §6.2 

Alle organismen op onze aarde zijn sterk afhankelijk van elkaar.

Schimmels en bacteriën zijn er in grote getallen. Doordat ze leven van dood of levend materiaal zijn het onze grootste opruimers. De allerkleinste diertjes eten bacteriën, eencellige, of algen. Planten kunnen biomassa opbouwen door middel van fotosynthese. Deze planten worden weer opgegeten door kleine dieren. Deze dienen als voedsel voor grotere dieren, die vervolgens worden opgegeten door nog grotere dieren. Aaseters eten dode dieren en breken dood organisch materiaal af tot dode materie. Zo is de voedselketen compleet, waarin materie en energie in circuleren. De zon is de grote energiebron voor dit hele proces. Kringlopen zijn belangrijke processen in de natuur en van afval is geen sprake. Door kringlopen blijven de  elementen waaruit alle organismen op aarde zijn samengesteld voortdurend circuleren. Deze elementen zijn: koolstof, waterstof, zuurstof, en stikstof. Zonder deze elementen, en dus zonder deze kringlopen, zou er geen leven mogelijk zijn. De kringlopen die hier voor zorgen zijn de waterkringloop, de koolstofzuurstof kringloop en de stikstofkringloop. De hiervoor beschreven voedselkringloop is een kringloop van mineralen.

De waterkringloop

Water is in drie fasen te onderscheiden: vloeibaar, vast en gasvormig. Er is een strak evenwicht tussen deze drie fasen te vinden hier op aarde. We hebben het vloeibare water in de oceanen, het verdampte water in de atmosfeer en water in bevroren toestand in de vorm van gletsjers, ijs en sneeuw. Door energielevering van de zon verdampt het water uit de oceanen. De warme lucht stijgt op en begint richting land te bewegen. Door het steeds hoger opstijgen, neemt de temperatuur van de lucht juist steeds verder af. Hierbij wordt veel energie verbruikt. Doordat koude lucht minder waterdamp kan bevatten dan warme lucht condenseert het overschot aan waterdamp en valt als neerslag neer op het land. Daar wordt het voor een korte, of eventueel voor een lange tijd opgeslagen (gletsjers of sneeuw). Vervolgens stroomt het weer terug de oceaan in, waar het allemaal was begonnen. Het leven op aarde is (o.a.) mogelijk door de waterkringloop.

De waterkringloop

De koolstofzuurstof kringloop

Onze dampkring bestaat uit de volgende stoffen: stikstof(77%), zuurstof(21%), kooldioxide(1%) en waterdamp(1%). Dat de laatste stoffen maar in een kleine hoeveelheid aanwezig zijn, maakt ze absoluut niet minder belangrijk. Ze houden de warmtestraling van het oppervlak tegen waardoor de gemiddelde temperatuur ongeveer 20 graden blijft. Toch weten ze het zonlicht door te laten. Door middel van zonlicht kunnen planten CO2 opslaan en daarbij zuurstof afstaan. Dit proces heet fotosynthese. Dieren doen het tegenovergestelde: ze ademen zuurstof in, en staan CO2 af. Koolstof wordt overal op aarde opgeslagen. Het is een belangrijk element en het maakt het leven op aarde voor ons mogelijk.

Fotosynthese van planten

Fotosynthese van plantenKoolstofzuurstof kringloop

 Koolstofzuurstof kringloop

Alles hangt samen

Elementen worden in een bepaalde verhouding en volgorde bij elkaar gebracht. Dit bepaald de eigenschappen van een stof. Het is werkelijk niet te begrijpen wat voor een precisie werk dat is. We kunnen er slechtst eerbied voor hebben. Op dit moment kunnen we niet zeggen dat we ooit al deze processen zullen begrijpen. We kunnen alleen inzien dat de natuur één groot geheel is. Alle factoren op zich zijn sterk afhankelijk van elkaar. Simpel gezegd is de aarde één grote kringloop van ingevangen zonlicht en opbouw, eten en gegeten worden en vertering en afbraak.

Eb en vloed

Het water op aarde blijft niet constant even hoog. Het komt op bepaalde tijden omhoog en zakt vervolgens weer terug. Dit verschijnsel heet eb en vloed. Als het water de hoogste stand heeft bereikt wordt het hoogwater genoemd. De laagste stand wordt laagwater genoemd. Dit afwisselen van hoog naar laag heet het getij van water. Dit woord is duidelijk afgeleid van het woord ‘tijd’. Op één dag ( een etmaal) wordt het twee maal eb en vloed. Dit gebeurt niet willekeurig, maar volgt een bepaalde regelmaat.

Vloed

Dit verschijnsel heeft te maken met de aantrekkingskracht van de maan en de zon op de aarde. Doordat de maan een baan maakt om de aarde, is er sprake van een constante aantrekkingskracht. Het water op aarde wordt door de maan naar zich toe getrokken. Dat deel van de aarde dat naar de maan gericht is, is het deel waar vloed ontstaat. Maar dat is niet de enige plek waar vloed ontstaat; ook op dat deel dat er tegenover ligt ontstaat vloed. De aarde wordt namelijk als geheel naar de maan toe getrokken. Dan is het vanzelfsprekend dat het eb is op de delen van de aarde die loodrecht op de vloed staan. Het verschil in getij is niet overal op aarde hetzelfde. Het is afhankelijk van de stroming, de plaats en de grootte van de zee.

Behalve de maan, oefent ook de zon zijn aantrekkingskracht op ons water. Die kracht is echter veel minder dan die van de maan. Dit is te verklaren doordat de zon veel verder van de aarde afstaat dan de maan. De invloed van de zon zorgt voor springtij en doodtij. Bij springtij staan de maan en de zoon in één lijn met de aarde. Dit gebeurt twee keer per maand, namelijk bij volle of nieuwe maan. Doordat de zon en de maan vanuit dezelfde richting trekken wordt het effect van het getij vergroot. De vloed is dus groter dan normaal. Vanzelfsprekend gebeurt bij doodtij precies het tegenovergestelde. De maan en de zon staan dan in een hoek van negentig graden. Er wordt dus juist vanuit verschillende richtingen aan het water getrokken, waardoor het effect minder wordt dan normaal. Ook dit gebeurt, net als springtij, twee keer per maand.

Doodtij

Plaats van de aarde t.o.v. de zon

De plaats van de aarde ten opzichte van de zon is heel merkwaardig. Als de afstand tussen de zon en de aarde ook maar enige millimeters zou veranderen zou dit ernstige gevolgen hebben voor ons bestaan. Als die afstand kleiner zou zijn, zou de temperatuur te hoog worden om voor ons nog te kunnen leven. Een voorbeeld hiervan is de planeet Venus. Maar niet alleen dat zou consequenties hebben. Als de afstand groter zou worden, zou de aarde bevriezen. Een voorbeeld hiervan is de planeet Mars.

Mars



Reageer

Uiteraard gaan wij vertrouwelijk met uw gegevens om. Uw e-mailadres wordt niet geplaatst op onze website. Spam wordt verwijderd op deze website.





Meld je aan bij een spaarprogramma: Goudmails Euroclix Moneymiljonair Sneleuro Zinngeld Geldrace